Onderstaande verhalen zijn onderdeel van het diner dat ik op 4 juli 2026 samen met Annemarie Voogt heb georganiseerd.
Gang 1 – Er was eens een hond die te veel van eten hield
Iedereen die Pax kende, kende ook zijn liefde voor eten. Hij was een Labrador in hart en nieren. *'Ik weet zeker dat ik het wel lust, ook al heb ik het nog nooit gegeten,'* was zijn levensmotto. Het maakte weinig uit of het een hondenkoekje was, een boterham of een hele banaan inclusief schil. Bijzonder taai en bitter heb ik mij laten vertellen, maar in de ogen van Pax was alles wat eetbaar was laten liggen een bijzonder onaangename vorm van voedselverspilling.
Het is midden in de nacht, ergens begin 2016, wanneer ik wakker schrik van een vreemd geluid. Jordy heeft over het algemeen de souplesse van een bouwvakker op balletles en in eerste instantie
denk ik dan ook dat hij op weg naar het toilet weer eens over iets is gestruikeld. Kastjes die al jaren op dezelfde plek in de gang staan, schijnen namelijk de neiging te hebben om midden in de
nacht spontaan te verhuizen. Pas een paar seconden later dringt het tot mij door dat het geluid naast ons bed vandaan komt.
Pax staat met zijn poten wijd uit elkaar, alsof hij opnieuw moet leren hoe hij moet blijven staan. Met een kracht die uit zijn hele lijf lijkt te komen begint hij te braken. Niet één keer. Zijn hele lichaam werkt mee. Het klinkt alsof er met geweld iets ontstopt wordt.
Ondanks de geruststelling van de dierenarts om het nog even aan te kijken, wordt hij gedurende de dag alleen maar slechter. Aan het einde van de middag wordt besloten hem te opereren. Er zit een afsluiting in zijn darmen. Een vreemd voorwerp dat hij buiten heeft opgegeten, blijkt vast te zitten.
Ik hoor mijzelf nog zeggen dat hij zoiets echt nooit deed. Ja, hij at de bodem van zijn voerbak meestal ook bijna op. Ja, hij had een keer de voorraadkast open gekregen en in drie minuten een
halve voerton weggewerkt. Ja, hij at ooit een zak caviavoer leeg in de dierenwinkel terwijl ik drie seconden de verkeerde kant op keek. Maar echt vreemde dingen eten? Dat was oprecht niet aan hem
besteed. Het verschil tussen chips en een cd had hij heel goed begrepen.
Ik herinner mij dat ik maar bleef verklaren dat Pax echt geen vreemdevoorwerp-eter was. De drang om mijzelf uit te leggen was groot. Ik voelde mij schuldig. Ik had iets gemist. Iets heel belangrijks gemist.
Alsof ik een harde klap in mijn gezicht kreeg, waardoor ik mij opeens hyperbewust werd van hoe de kaarten ervoor stonden. De roes waar ik al een hele tijd in leefde en waardoor veel dingen langs mij heen gingen, was in één klap verdwenen. Hoe kon ik dit laten gebeuren?
Voor het eerst in lange tijd moest ik toegeven dat het met mij eigenlijk helemaal niet zo goed ging. Dat de stevige grip waarmee ik mijzelf in bedwang hield geen teken van controle was, maar een
wanhoopspoging om grip op het leven te krijgen. Ik was vijfentwintig jaar en woog nog geen vijftig kilo. Ik had een eetstoornis.
Ik leefde op veel te weinig eten. Drie rijstwafels op een dag voelde als een overwinning. Moe zijn hoorde erbij. Koud hebben ook. Dat mijn lichaam langzaam afbrak, zag ik wel. Het interesseerde me alleen niet meer. En terwijl ik mijn eigen eten tot op de gram controleerde, vocht mijn hond juist voor zijn leven omdat hij te veel gegeten had. De ironie...
Pax is uiteindelijk in twee weken tijd drie keer geopereerd. Na de derde operatie kwam het eerlijke bericht dat de kaarten er niet goed voor lagen. Een vierde operatie zou zijn darm
waarschijnlijk niet meer aankunnen.
Ik heb gegild. Gekrijst. Terwijl ik op de grond lag, misselijk van verdriet, kon ik maar één ding denken: Pax mocht nog niet doodgaan. Hij was pas vier jaar. Hij was degene die mij iedere ochtend
met dezelfde vrolijkheid begroette, ongeacht hoe ik mij voelde. Hij kende geen goede of slechte dagen. Geen succes of falen. Alleen het feit dat ik er was, was voor hem genoeg.
Uiteindelijk bleek Pax' volhardende karakter zich niet alleen te uiten in het plunderen van keukens. Na een paar dagen die als jaren voelden, knapte hij op. Ik zie het nog voor me. Zijn guitige zwarte kop die voorzichtig om het hoekje van de deur van de wachtkamer verscheen. Alsof er nooit iets gebeurd was. Hij begroette ons uitbundig om vervolgens direct achter de balie de voorraadkast in te duiken.
Terwijl Jordy de laatste ontslagpapieren tekende, schoof de assistente een schaaltje met chocolaatjes naar ons toe. Zonder na te denken pakte ik er één. Ik stopte hem in mijn mond. En at hem op.
Gewoon. Omdat ik daar op dat moment zin in had.
Het was het eerste stukje chocolade in lange tijd dat niet gevolgd werd door schuldgevoel. Het was gewoon... een chocolaatje. Het was de eerste, maar misschien wel de belangrijkste stap richting herstel. Voor zowel Pax als voor mij.
Zijn liefde voor eten heeft hem bijna zijn leven gekost. Mijn angst voor eten bijna het mijne. Misschien was dat wel, zonder dat hij het ooit geweten heeft, de grootste les die hij mij heeft geleerd.
Gang 2 De wedding crasher
Een bruiloft plannen is een bijzondere ervaring. Je denkt maandenlang na over de kleur van de bloemen, de indeling van de tafels en welke muziek er precies moet klinken wanneer je binnenloopt.
Voor ons was het vinden van de juiste kleding al een hele prestatie. Om alles dus in goede banen te leiden hadden wij onze Kim. Met strakke hand liet zij niets aan het toeval over. Over alles was
nagedacht. Zelfs de honden stonden strak in het draaiboek verwerkt. Alleen... Pax meenemen naar een feestje. Daar golden hele andere regels voor.
Na de ceremonie gingen we met alle gasten naar de eerste verdieping van de locatie voor een hapje en een drankje. Beneden bevond zich de keuken. Omdat de zalen met een goederenlift met elkaar
verbonden waren, hoefde het personeel gelukkig niet steeds met volle dienbladen de trap op. Tenminste... dat was het idee.
Het moet ongeveer een uur later zijn geweest. Iedereen stond gezellig met elkaar te praten. Hier en daar
werd gelachen, glazen werden bijgevuld en eindelijk ontstond er een moment waarop niemand precies wist waar Pax eigenlijk was.
Achteraf gezien had dat een alarmsignaal moeten zijn. Pax was namelijk zelden stil. Hij had ongeveer dezelfde souplesse als Jordy. Zijn staart had een eigen postcode en zodra hij ergens enthousiast van werd, wist iedereen dat. Stoelen schoven opzij, glazen werden iets steviger vastgehouden en kinderen begonnen alvast te lachen, omdat ze wisten dat er waarschijnlijk iets ging gebeuren.
Maar nu... niets. Geen hijgende Labrador. Geen kwispelende staart. Geen zwarte neus die tussen de gasten verscheen.
Beneden in de keuken had het personeel ondertussen een heel andere ervaring. Terwijl zij druk bezig waren met borden opmaken, bleek er ineens een zwarte Labrador tussen hen in te staan. Niemand
had hem naar binnen zien komen. Niemand wist hoe hij daar terecht was gekomen.
Voor alle mensen die overwegen om te gaan speuren of puzzelen met hun hond: bedenk dat deze activiteiten de wereld van een hond niet alleen interessanter maken, maar hem soms ook verrassend vaardig. Blijkbaar had meneer geruisloos de goederenlift ontdekt, zich als een ware geheim agent naar beneden laten vervoeren en was hij vervolgens de keuken binnengewandeld alsof hij daar al jaren werkte. Het mooiste was misschien nog wel dat hij zich voorbeeldig gedroeg. Hij blafte niet. Hij sprong nergens tegenop. Hij keek alleen met opperste concentratie naar alles wat eetbaar was.
We stonden dan ook allemaal vreemd te kijken toen een vriendelijke jonge dame de ruimte binnenkwam. In de ene hand hield ze een stuk komkommer, in de andere de halsband van Pax. Aan het andere
uiteinde liep onze inmiddels kwijlende Labrador.
'Volgens mij is deze van jullie.' zei ze lachend.
Ze gaf hem het stuk komkommer en liet hem weer los. Met één grote, gulzige hap verdween het complete schijfje achter zijn kiezen. Nog voordat iemand hem fatsoenlijk kon begroeten, liep hij
linea recta naar de prullenbakken. Daar lagen de lege bakjes van de frietjes met truffelmayonaise die we eerder hadden gegeten. Klaar voor zijn tweede gang.
Gang 3 – De luie soldaat
Mijn oom is oud-marinier. Zo iemand waarbij je eigenlijk al rechter op gaat zitten zodra hij de kamer binnenloopt. Discipline zit niet alleen in wat hij doet, maar ook in hoe hij praat, loopt en
kijkt. Ondanks zijn soms wat norse uitstraling stond hij binnen de familie bekend als iemand die goed met dieren was. En dat was ook zo. Alleen hing hij nog de overtuiging aan dat een hond vooral
een duidelijke leider nodig heeft. Als jij de baas bent, volgt een hond vanzelf. Een oude theorie die inmiddels ontkracht is door de wetenschapper die haar ooit zelf bedacht. En Pax wilde graag
als praktijkvoorbeeld dienen om dit te laten zien.
In die eerste jaren hadden wij onze handen vol aan onze grote, niet-gesocialiseerde kanonskogel. Pax was slim, gevoelig, creatief en bovenal ontzettend goed in het bedenken van zijn eigen plannen. Juist doordat ik met hem regelmatig vastliep bij mensen die vonden dat hij "ondergeschikt" moest worden, ben ik uiteindelijk mijn werk met honden anders gaan bekijken. Ik zag dat niet iedere hond in dat plaatje paste. Net zoals ik vandaag de dag heel veel mensen en honden zie die niet in dit plaatje passen.
Op een verjaardag zaten we, zoals dat hoort, in een oer-Hollandse kring. Koffie op tafel, blokjes kaas, plakjes worst en een schaal met gevulde eieren. Uiteraard hoog genoeg weggezet. Inmiddels
snappen jullie waarom. Midden in de woonkamer stond een oude leren fauteuil. Eigenlijk was hij net iets te klein voor Pax, maar dat weerhield hem er nooit van om zich er met veel overtuiging in
op te vouwen. Het was zijn stoel. Zo zag hij het, zo zagen wij het. Een duidelijk verhaal. Dat mijn oom daar had plaatsgenomen, paste dan ook niet helemaal in zijn plaatje.
Pax had het al even liggen te bekijken toen hij besloot de confrontatie op te zoeken. Rustig liep hij naar mijn oom en ging vlak voor de stoel op zijn rug liggen. Vier poten ontspannen in de lucht."Kijk," zei mijn oom tevreden. "Hij geeft zich al aan mij over. Hij voelt dat ik boven hem sta.” Ik zei niets maar vroeg mij af of mijn oom wist dat e gevaarlijkste oorlogen die zijn waarbij je de tegenstander onderschat. sta.” Ik zei niets. De gevaarlijkste oorlogen zijn immers die waarin je de tegenstander onderschat.
Zoals zo vaak bij een wat oudere blaas duurde het niet lang voordat mijn oom zich even in het kleinste kamertje moest terugtrekken. De deur was nog niet dicht of Pax kwam soepel overeind. Zonder enige haast sprong hij in de fauteuil, draaide zich een paar keer tevreden rond en liet zich met een diepe zucht in de kussens zakken. Vervolgens draaide hij demonstratief zijn rug naar de visite.
Mijn oom bleef stokstijf in de deuropening staan. Even was ik bang dat we gesommeerd zouden worden om allemaal als straf honderd keer op te drukken. Hij keek. Naar de stoel. Naar Pax. En weer naar de stoel. Met ferme stem gaf hij Pax het commando de stoel te verlaten. Pax bewoog nog niet eens zijn oor. Mijn oom herhaalde zijn poging. Een diepe zucht klonk vanaf de rugleuning. Wat mijn oom ook zei, Pax was Oost-Indisch doof geworden. De luie soldaat gaf geen gehoor aan de commandant.
Uiteindelijk eindigde de oorlog met mijn oom op een klapstoel en Pax in een diepe slaap op zijn eigen zetel. Er is daarna eigenlijk nooit meer gesproken over leiderschap en honden.
