Waarom een sliplijn ‘werkt’, maar ik er hoogstens mijn parasol mee vast wil zetten

 

In de tien jaar dat ik werkzaam ben in de hondenbranche, heb ik vele trainingstechnieken zien passeren. Sommige als trend: ik zag ze komen en ik zag ze weer gaan. Andere groeiden uit tot een methode waarbij professionals en begeleiders zich comfortabel voelen. Een hulpmiddel dat daarbij nog regelmatig wordt ingezet, is de correctielijn. Daarmee bedoel ik de dunne, vaak nylon lijnen, die hoog in de nek en/of om de snuit van de hond gebonden worden en geen stop hebben. Daardoor rijgt de lijn aan waardoor er een wurgeffect optreedt. 

 

Deze lijn lijkt op het eerste gezicht een handige oplossing: hij corrigeert snel, de hond reageert direct en het lijkt alsof er meer controle is. Er is snel effect zichtbaar: de hond trekt niet meer en valt minder uit. Zeker wanneer de hond daarvoor vooral (onbedoeld) wisselende signalen van zijn begeleider kreeg, kunnen de duidelijke kaders van de lijn verbetering brengen. Resultaat: probleemgedrag verholpen. Maar schijn bedriegt. Vaak keert het oorspronkelijke gedrag na enkele weken of maanden terug, of er ontstaat ander problematisch gedrag. De reden: de oorzaak van het gedrag is niet aangepakt. Er is een pleister geplakt op een wond, maar de wond is niet behandeld.

 

Wat er gebeurt

Wanneer een hond trekt en er druk ontstaat op de hals, wordt dat gevoeld via zenuwen, spieren en bloedvaten. Het lichaam reageert automatisch met spanning of vermijding. De hond lijkt dus rustiger, maar in werkelijkheid is hij alert of onderdrukt. Daardoor leren veel honden niet om ontspannen te lopen, maar juist om spanning te verdragen. Spanning leren verdragen kan onderdeel zijn van een gezond mentaal leven, maar belangrijk hierbij is of het gaat om spanning die voortkomt uit situaties die je moeilijk kunt ontlopen, of spanning die wij de hond zelf toedienen. Bij onzekere honden zie je vaak nog een ander effect. Er zijn karakters die zó graag gewenst gedrag willen laten zien voor hun mens, dat ze meegaan in de druk die ze voelen,  zonder echt te begrijpen wat er van hen gevraagd wordt. Ze lopen mee, houden zich stil en lijken gehoorzaam, maar bouwen ondertussen spanning op die ze later in ander gedrag moeten uiten.

 

Dat kan zich vertalen in uitvalgedrag, maar ook in subtielere signalen zoals pootlikken, op dingen bijten, overmatig graven of zichzelf krabben. Bedenk het eens zo: hoe zou het voor jou zijn om met een lijn om je hals een wandeling te maken, terwijl iemand anders volledig bepaalt waar je naartoe gaat? Ga je dan mee omdat je het echt wíl, of omdat je geen andere keuze hebt? Honden zijn natuurlijk geen mensen, maar cognitief wél te vergelijken met jonge kinderen: ze voelen spanning, onbegrip en druk op eenzelfde diepe, lichamelijke manier.

 

Leiderschap maar dan met een ij. 

Onlosmakelijk verbonden met deze lijnen is het woord ‘leiderschap’ en de zin ‘je moet een leider voor jouw hond zijn’. Want honden willen de baas zijn, net als bij wolven. Deze opvatting stampt uit de jaren 70 en is door de onderzoeker, David Mech, later zelf ontkrachtigt. De opvattingen dat wolven geweld gebruiken om de baas (alpha) te zijn was niet accuraat voor hoe wolven in de natuur leven. Daar zijn vooral familiebanden, rust en vertrouwen te zien. Daarnaast is het nuttig om te kijken naar hoe straathonden onderling met elkaar omgaan, omdat dit een beter beeld geeft over hoe honden zijn onderling, zonder veel inmenging van ons mensen. Daarin zijn het ook familiebanden die de boventoon voeren. *

 

Ik heb persoonlijk een hekel aan het woord leiderschap. Niet omdat duidelijkheid of richting onbelangrijk is, integendeel, maar omdat het woord vaak verkeerd wordt gebruikt. Leiderschap klinkt voor mij groot, hard en ongenaakbaar. Alsof je pas een goede eigenaar bent als je boven je hond staat. Of boven een ander mens.

Ik begrijp goed waarom sommige mensen hier anders naar kijken. En voor mij staat ook als een paal boven water dat een gezonde hiërarchie onmisbaar is voor een goede samenleving: iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.

Leiderschap is niet af te dwingen. Je kunt erin groeien, maar het moet je liggen. Veel mensen van de oudere generatie hebben moeten aanzien hoe jonge mensen die pas van school kwamen opeens hun manager werden, zonder de praktijkervaring die nodig is om een vak, en de mens, te begrijpen. Gevolg: door de wol geverfde vakmensen die zich niet begrepen voelen en startende werknemers die wel de theorie hebben, maar nog niet de ervaring om het  goed te laten lopen. Gevolg: disbalans (uitzonderingen daargelaten uiteraard). 

 

Ik ben nu 35 en begrijp mijzelf pas half. Daardoor begrijp ik anderen ook maar half. Dat is wat volwassen worden doet. Ik doe nu dingen met veel meer zelfvertrouwen dan tien jaar geleden, simpelweg omdat je als jongvolwassene nog de ervaringen moet opdoen die je in het leven vormen. Daarbij is het belangrijk dat je in staat bent te kijken naar wie je bent , ook met de moeilijkere kanten. Maar dat is een onderwerp voor een latere blog. Dus wat als jij je helemaal niet fijn voelt bij dat ‘leiderschap’? Je werkt liever sámen met iemand voor een beter resultaat. Ben je dan niet goed genoeg voor je hond? Natuurlijk wel. Echt leiderschap heeft niets te maken met macht of controle, maar met betrouwbaarheid en duidelijkheid. Het is: aanwezig zijn, rustig blijven, richting geven. Ik merk vaak dat mensen die zichzelf heel nadrukkelijk als “leider” willen neerzetten, juist zoeken naar controle die ze van binnen nog niet voelen. Leiderschap afdwingen is geen leiderschap. Het ontstaat vanzelf wanneer mens en hond elkaar leren begrijpen, vertrouwen en volgen. In beweging, maar ook in stilte. Heb je het nodig om jezelf de leider van iemand te voelen, zodat je beter in je vel zit? Dan zegt dat meer over jou dan over degene ‘die jouw leiderschap niet accepteert’.

 

Grenzen

Grenzen zijn belangrijk; ze geven duidelijkheid. Ik ontken niet het effect van het gebruik van een correctielijn. Waarom zou ik? Ik heb vanuit mijn werk mensen die hun hond eerst volledig holistisch wilden benaderen, zien vertrekken om met een sliplijn te gaan trainen. En dat had effect. Binnen een paar keer liep de hond wél mee zonder uit te vallen. Je zou dan bijna denken dat ik maar wat zweverigs loop te neuzelen. Maar vraag jezelf af: Is het je echt waard om fysieke correcties bij jouw hond toe te passen en dat weg te schuiven onder ‘dat voelt hij toch niet’, terwijl je van jezelf waarschijnlijk niet eens altijd weet wat je voelt? Hebben wij het recht om een ander individu een gevoel toe te kennen, zonder dat deze dat verbaal en verstandelijk aan ons kan uitleggen? Is het je echt waard om zelf rustig te kunnen wandelen, terwijl je wandelgezelschap niets anders kan dan naast je meelopen omdat er anders een stuk nylon in zijn nek, hals, strottenhoofd of snuit snijdt?

 

Natuurlijk begrijp ik dat iemand die ervan overtuigd is dat deze methode werkt, niet door dit stukje tekst anders gaat denken. Dat zou mooi zijn, maar zo werkt het niet. Laat ik daarom met een kleine witte vlag zwaaien: ik ben er niet op uit om mensen die anders naar dieren kijken aan te vallen. Sterker nog: ik leer graag van anderen, dus ook van mensen met opvattingen die lijnrecht tegenover de mijne staan. Ik ben het ermee eens dat bepaalde methodes in sommige situaties kunnen helpen om weer vertrouwen in elkaar te krijgen. Ik ben ook geen voorstander van klakkeloos met snoepjes strooien zonder echt te kijken of je de hond daadwerkelijk beloont. En ik ben geen voorstander van grenzeloos opvoeden, simpelweg omdat ik de ervaring heb dat daar óók veel stress uit kan ontstaan. Ik ben voor kijken per situatie, per persoon en per hond. Altijd. Ik ben tegen iedereen over één kam scheren. Altijd. Want methodes doen dit vaak: het individu moet zich aanpassen aan de methode, in plaats van andersom.

 

Nog even terug naar die correctielijn

Want daar begon deze blog mee. Wil je hem inzetten, of krijg je hem geadviseerd door een trainer, gedragscoach, therapeut of expert (echt, ik zie door de bomen het bos niet meer met al die termen, maar ik bedoel dus de professional die je begeleidt): kijk er dan op een eerlijke manier naar. Zie het niet als ‘way of life’, maar hoogstens als tijdelijk hulpmiddel. Met daarbij mijn stem in je achterhoofd, die iedere keer dat je de lijn laat aanrijgen tijdens een correctie zachtjes vraagt: Hoe zou mijn hond zich eigenlijk voelen bij zo’n lijn op zijn vel? En: is het gedrag waarvoor ik de lijn gebruik na een tijdje ook echt verdwenen of onderdrukt het alleen wat er wel in de binnenwereld van mijn hond speelt?

 

https://www.doggo.nl/artikelen/opvoeding-van-een-hond/bemoeien-we-ons-niet-teveel/